Psalm 23: vertrouwen op de Herder
Groene weiden, een donker dal en een gedekte tafel: Psalm 23 spreekt over Gods nabijheid onderweg. Wat kunnen deze beelden betekenen voor ons geloof?
Er zijn Bijbelwoorden die je misschien al lang met je meedraagt. Je hoorde ze aan tafel, in de kerk of bij een afscheid. Psalm 23 begint met zo’n zin: ‘De HEER is mijn herder’ (NBV21). Het is een persoonlijke geloofsbelijdenis. Een mens spreekt uit bij wie hij zijn leven geborgen weet. Maar hoe klinkt dat vertrouwen wanneer het leven onrustig is?
Een herder die de weg kent
Het eerste beeld in de psalm is dat van een herder die zijn schapen naar voedsel, water en veilige paden leidt. Afhankelijkheid klinkt daarin mee. Een schaap hoeft de hele route niet te overzien om met de herder mee te gaan.
Voor ons roept dit een vraag op: aan wie vertrouwen wij ons toe? We zijn gewend veel te regelen en vooruit te denken. Dat kan verstandig en nodig zijn, maar het kan ook vermoeiend worden. Geloof nodigt uit om onze verantwoordelijkheid te dragen zonder te denken dat alles uitsluitend op onze eigen schouders rust.
Rust ontvangen
De groene weiden en het water geven ruimte om op adem te komen. We kunnen dat beeld meenemen in onze eigen week. Waar is er een moment waarop je niet hoeft te presteren? Wanneer kun je luisteren zonder ondertussen alweer met het volgende bezig te zijn?
Die vragen leveren niet voor iedereen hetzelfde antwoord op. Voor de een helpt een wandeling, voor de ander een rustig gesprek of een kort gebed aan het einde van de dag. Zulke momenten lossen niet alles op. Ze kunnen wel ruimte geven om opnieuw te beseffen dat je leven meer omvat dan wat je vandaag hebt afgekregen.
Ook het donkere dal hoort bij de psalm
Halverwege verandert het landschap. Er is gevaar en duisternis. Opvallend is ook de aanspreekvorm: de dichter spreekt nu rechtstreeks tot God. De nabijheid van de Herder wordt juist daar onder woorden gebracht. Psalm 23 beschrijft geen leven waarin ieder moeilijk stuk wordt overgeslagen.
Dat is belangrijk wanneer we deze psalm aan een ander meegeven. Iemand die verdriet heeft, hoeft zich niet meteen gerustgesteld te voelen. We kunnen de woorden samen lezen en tegelijk erkennen dat een verlies pijn doet. Een afspraak nakomen, een maaltijd brengen of stil naast iemand zitten kan dan betekenisvoller zijn dan een snelle uitleg van wat het allemaal zou betekenen.
Welkom aan tafel
Het volgende beeld is dat van een gastheer. Er wordt een maaltijd aangericht terwijl de dreiging nog niet verdwenen is. De psalm eindigt met het verlangen naar blijvende nabijheid bij God. De dichter spreekt over een leven dat gedragen wordt door ontvangen goedheid.
Een gedekte tafel kan ons ook vragen stellen over gastvrijheid. Wie heeft in onze omgeving een plek nodig? Wie raakt gemakkelijk buiten beeld? Wie zelf ontvangt, kan leren ruimte te maken voor een ander. Zo krijgt een overdenking handen en voeten, zonder dat we de zorgen van de wereld eerst opgelost hoeven te hebben.
Jezus en de goede Herder
In Johannes 10:11–18 spreekt Jezus over Zichzelf als de goede Herder die Zijn leven voor de schapen geeft. Zijn zorg is geen betrokkenheid op afstand. Hij verbindt Zich aan degenen die Hem toebehoren. Vanuit het christelijk geloof lezen we Psalm 23 ook in het licht van die woorden en van Zijn sterven en opstanding.
Dat vraagt niet om een stoer of onaantastbaar geloof. Vertrouwen kan klein beginnen: vandaag een stap zetten, een zorg uitspreken, hulp ontvangen. De overdenking over Ro’i, mijn Herder in onze bestaande serie verdiept dit Bijbelse beeld verder.
Voor jezelf of de huiskring
Welk beeld uit de psalm blijft bij je: de weide, het dal of de tafel? Waarom juist dat beeld?
Wat zou het deze week betekenen om zorg te ontvangen én aandacht te geven aan iemand anders?