Het kerkelijk jaar: samen het verhaal van Jezus volgen
Advent, Kerst, de Veertigdagentijd, Pasen en Pinksteren: het kerkelijk jaar helpt de gemeente telkens opnieuw stil te staan bij het evangelie.
In de kerk horen we ieder jaar opnieuw de verhalen van Kerst en Pasen. Dat herhalen is niet alleen een gewoonte. Het kerkelijk jaar geeft een ritme waarin de gemeente verschillende kanten van het evangelie overweegt: verwachten, ontvangen, bezinnen, vieren en leven vanuit wat gegeven is. Je eigen omstandigheden veranderen, waardoor een bekend verhaal soms heel anders binnenkomt.
Beginnen met verwachting
Het kerkelijk jaar begint in veel protestantse gemeenten met Advent: de vier zondagen voor Kerst. De aandacht gaat naar de komst van Christus. De kerk herinnert zich Zijn geboorte en ziet ook uit naar Gods toekomst. Verwachting krijgt daardoor een diepere betekenis dan aftellen tot een feestdag.
Met Kerst wordt de geboorte van Jezus gevierd. In de tijd daarna klinkt onder meer het verhaal van Zijn bekendwording: de wijzen, Zijn doop en het begin van Zijn optreden. De invulling en gebruikte namen verschillen per kerkelijke traditie en gemeente.
Op weg naar Pasen
De Veertigdagentijd is een periode van voorbereiding op Pasen. In de gebruikelijke telling worden de zondagen niet bij de veertig vastendagen gerekend. In protestantse kring wordt ook gesproken over de lijdenstijd. Er is aandacht voor gebed, bezinning, delen en de weg die Jezus gaat.
In de week voor Pasen volgen onder meer Witte Donderdag, Goede Vrijdag en Stille Zaterdag. Witte Donderdag herinnert aan de laatste maaltijd van Jezus met Zijn leerlingen. Goede Vrijdag bepaalt de kerk bij Zijn kruisiging. Stille Zaterdag staat in het teken van wachten bij het graf. Met Pasen wordt Zijn opstanding gevierd.
Van Pasen naar Pinksteren
De paastijd loopt door na de paasdagen. Hemelvaart wordt op de veertigste dag vanaf Paaszondag gevierd; Pinksteren op de vijftigste dag. De feestdagen vertellen een samenhangend verhaal over de opgestane Christus, Zijn hemelvaart en de gave van de Heilige Geest.
Daarna volgen vele zondagen waarin de gemeente verder leert leven vanuit het evangelie. Ook herinnering, dankbaarheid en verwachting hebben een plaats richting het einde van het kerkelijk jaar. Niet iedere gemeente geeft aan alle momenten dezelfde vorm.
Wat betekenen de kleuren?
In kerken die liturgische kleuren gebruiken, helpen kleuren om de tijd van het jaar herkenbaar te maken. Paars wordt vaak verbonden met bezinning en voorbereiding, wit met feest en vreugde, rood met de Geest en groen met groei en het doorgaande leven. Er zijn variaties en bijzondere gebruiken.
Die kleuren zijn hulpmiddelen. Je hoeft hun betekenis niet uit je hoofd te kennen om een dienst mee te vieren. Wanneer iets je opvalt, kan dat juist een aanleiding zijn om na afloop te vragen waarom het gebruikt wordt.
Het ritme thuis meenemen
Je kunt in Advent wekelijks een gedeelte uit Lucas 1 lezen, in de lijdenstijd een evangelie volgen of tussen Pasen en Pinksteren beginnen in Handelingen. Kies een haalbaar ritme. Het doel is aandacht geven, niet een programma afwerken dat de gewone week nog voller maakt.
Voor bijzondere diensten bij De Brug is de actuele agenda leidend. In deze kennisbank kun je verder lezen over Advent, Kerst, Pasen, Hemelvaart en Pinksteren. Welk moment zou je dit jaar met meer aandacht willen beleven?